Geschiedenis

BOGAARDEN: 1280 – 1590. De Bogaarden of Begaarden waren de mannelijke variant van de zeer gekende Begijnen, en eveneens een typisch verschijnsel van onze streken. Deze broeders legden net als hun vrouwelijke collegas slechts tijdelijke geloften af van gehoorzaamheid, kuisheid en armoede, en konden steeds terugkeren naar het ‘gewone’ leven om bijvoorbeeld te trouwen. Het waren handarbeiders en voorzagen in hun onderhoud met onder andere lakenweverij. Alhoewel de Begijnen erin slaagden zich te handhaven, verging het de Bogaarden minder goed en werden zij van hogerhand gedwongen op te gaan in andere kloostergemeenschappen. Zo zochten de Leuvense Bogaarden rond 1590 aansluiting bij de Benedictijnen van de abdij van Vlierbeek, en werd hun residentie in de stad een refugiehuis.

BENEDICTIJNEN: 1590 – 1640. De Benedictijnener abdij van Vlierbeek, gesticht in 1125 was de eerste kloosterstichting in de buurt van Leuven en kan bogen op een lange en rijke geschiedenis. Tijdens de godsdiensttroebelen van de Tachtigjarige Oorlog echter werd de abdij door de troepen van Willem van Oranje verwoest en zagen de monniken zich verplicht ‘refugie’ te zoeken in hun bijhuis aan Craenendonck binnen de veiligheid van de Leuvense stadsmuren. Het was in deze periode dat de Bogaarden, die ondertussen in aantal fel geslonken waren, de regel van Benedictus aannamen en opgingen in deze beter gestructureerde, en meer in aanzien staande stichting van Vlierbeek.

ORATORIANEN: 1641 – 1797. De Oratorianen waren seculiere priesters, oorspronkelijk uit Italië en Frankrijk, die geen bindende geloften aflegden en zich bezighielden met volksonderricht en jeugdopvoeding. Op 30 oktober kochten zij, met de steun van de Aartsbisschop, het oude Bogaardenklooster van de Benedictijnen voor 34.000 florijnen. De Oratorianen bouwden een eenvoudige kerk achteraan in de tuin tegen de Dijle, en de nu nog bestaande vleugel aan de Mechelsestraat.

NIEUWSTE TIJD: 1797 – 2008. Het klooster werd, zoals alle religieuze instellingen die tijd, door de Franse revolutionairen verbeurd verklaart en te koop gesteld in twee loten: de kloostergebouwen op de eerste kavel werden verkocht voor de niet onaardige som van 150.000 ponden en werden vervolgens volledig afgebroken om verkocht te worden als bouwmateriaal. Op dit terrein zal zich wat later, in het zog van de Eerste Industriële Revolutie, een mouterij-brouwerij ‘Le Lion Blanc’ ofte ‘De Witte Leeuw’ komen vestigen, later mouterij Dreyfus. Het gebouw op de andere kavel, langs de Mechelsestraat werd ingericht als herberg met de naam ‘Jardins des Oratoriens’ of ‘Oratoriënhof’ en kan zich sinds lang en met trots de oudste HORECA-zaak van Leuven noemen.

In het begin van de jaren tachtig van vorige eeuw kregen de gebouwen weer even een (pseudo-)religieus intermezzo met de komst van de sekte rond de zogenaamde ‘Bagwan’.

In 1987 breekt een nieuw tijdperk aan voor het Oratoriënhof: de gebouwen worden deskundig gerestaureerd en de Coöperatieve Vennootschap Cultureel Centrum Oratoriënhof wordt op 30 juni 1987 opgericht.